|
Liefde betekent de diepe genegenheid voor, welgezindheid tot of toewijding voor een ander; soms ook voor een dier, zaak of voorwerp.
De betekenissen die er aan gegeven worden zijn sterk cultureel en maatschappelijk geïnspireerd.
Vanuit de christelijke traditie geldt dat het enerzijds - als uiterste - een zichzelf opofferende en een ander weldaden schenkende houding is (agape). Deze soort liefde richt zich op de behoeften van de ander en zoekt wat het beste voor de ander is. In dat geval laat de liefde de ander de vrije keus om die liefde te beantwoorden of niet. Dit soort liefde vraagt offers en hard werken voor hen die daar naar streven. Echter voor de weinige mensen die volledig afstand hebben gedaan van hun egoïsme is deze liefde een levende bron die geen inspanning meer vergt maar vanzelfsprekend en natuurlijk is.
De ruimere definitie van liefde is de onvoorwaardelijke liefde (Metta). Zij is het soort liefde dat de andere persoon de volledige onvoorwaardelijke ruimte en vrijheid schept zichzelf te kunnen zijn.
Liefde kan bijvoorbeeld een speciaal soort aantrekking tot een persoon of voorwerp zijn. Het is dan een gevoel of emotie. In de sterkste vorm geeft het mensen de indruk dat ze zonder het object van hun liefde niet meer verder kunnen in het leven, de indruk dat ze psychologisch afhankelijk zijn van de aanwezigheid.
Liefde kan zich als charitas uiten, een schenking aan een goed doel. Charitas vindt voornamelijk plaats op emotionele grond, gebaseerd op het graag willen helpen bij iets waar men emotioneel betrokken bij is. Het kan echter ook op louter rationele grond gebaseerd zijn.
Met dank aan Wikipedia
|
|
|